Je loopt rustig met je hond door het bos. Hij snuffelt wat, kijkt om zich heen en lijkt prima bereikbaar. Tot er ineens een eekhoorntje tussen de struiken vandaan schiet.
In een fractie van een seconde verandert alles. Je hond is alert, zijn blik is gefixeerd en voordat je goed en wel doorhebt wat er gebeurt, wil hij erachteraan. Je roept, maar het lijkt alsof hij je niet eens hoort.
Dat kan behoorlijk frustrerend zijn. Zeker wanneer je hond thuis uitstekend luistert en normaal gesproken prima terugkomt wanneer je hem roept. Toch betekent dit niet automatisch dat je hond koppig of ongehoorzaam is. Jagen is natuurlijk gedrag en bij sommige honden is de motivatie om achter iets aan te gaan ontzettend sterk.
Waar komt het jachtinstinct vandaan?
Jachtgedrag hoort van oorsprong bij de hond. Voor de voorouders van onze honden was jagen noodzakelijk om voedsel te kunnen bemachtigen.
Bij onze huishonden is die noodzaak verdwenen, maar de aanleg is niet zomaar weg.
Hoe sterk het jachtinstinct aanwezig is, verschilt enorm per hond. Ras en genetische aanleg spelen daarin een belangrijke rol, maar ook individuele honden binnen hetzelfde ras kunnen behoorlijk van elkaar verschillen.
En jachtgedrag betekent niet automatisch dat een hond daadwerkelijk een dier wil doden. Alleen al speuren, zoeken, fixeren of achter iets aan rennen kan voor een hond enorm interessant zijn.
Als bewegen ineens onweerstaanbaar wordt
Voor sommige honden is beweging een bijzonder sterke prikkel. Een vogel die opvliegt, een kat die wegrent of een konijn dat het pad oversteekt kan voldoende zijn om het jachtgedrag te activeren.
Op zo’n moment kan het lijken alsof alles wat je hond geleerd heeft ineens verdwenen is.
Daar komt nog iets bij. Achter iets aan rennen kan voor een hond op zichzelf al belonend zijn. De hond hoeft het dier dus niet eens te pakken om iets uit de achtervolging te halen. Hoe vaker een hond de mogelijkheid krijgt om daadwerkelijk achter wild aan te gaan, hoe aantrekkelijker dat gedrag bovendien kan worden. Daarom is voorkomen soms minstens zo belangrijk als trainen.
In een gebied waar veel wild voorkomt kan een lange lijn aan een goed passend tuig bijvoorbeeld een verstandige keuze zijn. Niet omdat de lange lijn het jachtinstinct vermindert, maar omdat hij voorkomt dat je hond daadwerkelijk achter een dier aan kan gaan.
Tegelijkertijd kun je die lange lijn gebruiken om veilig te trainen.
Terugkomen leer je stap voor stap
Begin in situaties waarin de kans groot is dat je hond kan slagen. Aan een lange lijn kun je je hond wat bewegingsvrijheid geven, terwijl je wel voorkomt dat hij er daadwerkelijk vandoor kan gaan.
Roep je hond wanneer hij nog aanspreekbaar is en beloon het ruim wanneer hij naar je toe komt. Dat hoeft niet altijd met voer te zijn. Voor sommige honden is samen een stukje rennen, een speeltje of daarna weer verder mogen snuffelen minstens zo waardevol.
Naarmate het beter gaat, kun je geleidelijk oefenen met meer afleiding.
Bij honden met een sterk jachtinstinct kan terugroeptraining soms extra uitdagend zijn. Iedere hond reageert anders op prikkels en ook de motivatie om te jagen verschilt. Wanneer het lastig is om contact met je hond te krijgen of de terugroep verder op te bouwen, kan begeleiding door een hondengedragstherapeut helpen om te kijken welke aanpak bij jouw hond en de situatie past.
Ruimte geven aan de jachtbehoefte
Wanneer een hond een sterke behoefte heeft aan bepaalde onderdelen van jachtgedrag, kun je kijken of je daar op een veilige manier ruimte aan kunt geven.
Voor een hond die graag zijn neus gebruikt kunnen zoek- en speurspelletjes bijvoorbeeld ontzettend leuk zijn. Een hond die vooral enthousiast wordt van het achtervolgen van beweging kan plezier beleven aan spel waarbij hij gecontroleerd mag najagen en grijpen.
Een flirtpole kan daarvoor een mogelijkheid zijn. Je kunt hem een beetje vergelijken met een grote speelhengel: aan een stevige stok zit een lijn met aan het uiteinde een speeltje. Door het speeltje over de grond te bewegen kan de hond onderdelen van het jachtgedrag uitvoeren, zoals kijken, volgen, achtervolgen en grijpen.
Dat betekent overigens niet dat een hond die regelmatig met een flirtpole speelt vervolgens geen konijn meer wil najagen. De natuurlijke motivatie om op wild te reageren kan gewoon blijven bestaan.
Het is dus geen vervanging voor terugroeptraining of verstandig management buiten. Het is vooral een manier om op een veilige en gecontroleerde plek ruimte te geven aan gedrag waar je hond veel plezier aan beleeft.
Laat je hond ook eens winnen
Wanneer je met een flirtpole speelt, hoeft het doel niet te zijn dat je hond het speeltje eindeloos nét niet kan pakken.
Laat hem het speeltje juist regelmatig grijpen en even vasthouden. Daarmee krijgt hij de gelegenheid om het spel af te maken in plaats van alleen maar achter iets aan te blijven rennen.
Houd daarbij ook rekening met het lichaam van je hond. Veel scherpe bochten, hoge sprongen en plotseling stoppen kunnen behoorlijk belastend zijn. Zeker bij jonge honden, oudere honden of honden met lichamelijke klachten is het verstandig het spel rustig aan te passen.
Samenwerken met het jachtinstinct
Leven met een hond met een sterk jachtinstinct vraagt soms wat meer vooruitdenken. Misschien kan jouw hond op bepaalde plaatsen niet veilig loslopen. Misschien gebruik je in het bos een lange lijn, terwijl hij op een goed omheind terrein wel vrij kan rennen.
Het doel hoeft ook niet te zijn om ieder spoor van jachtgedrag uit je hond te krijgen. Veel interessanter is de vraag: wat vindt mijn hond hier zo aantrekkelijk aan en hoe kan ik daar veilig mee omgaan?
Door ongecontroleerd najagen waar nodig te voorkomen, een goede terugroep stap voor stap op te bouwen én passende uitlaatkleppen te bieden, houd je rekening met beide kanten: de veiligheid van je hond en zijn omgeving, maar ook met het natuurlijke gedrag van de hond die voor je staat.